Hoewel de computers die gebruikt werden in Apollo 11 (en waarmee mensen op de maan gestaan hebben) niet veel krachtiger waren dan wat we nu in de doordeweekse rekenmachine terugvinden, hebben ze toch een enorme impact gehad.
Eerst en vooral zorgde het maanproject ervoor dat we systemen kregen die beveiligd werden. Een computer kon tijdens de vlucht immers niet zomaar even uitvallen.
De Apollo Guidance Computer gebruikte een realtime besturingssysteem. Dat betekent dat de astronauten enkele eenvoudige opdrachten konden intypen. Het systeem beschikte over 64 Kb aan geheugen en draaide met de ongelofelijke snelheid van 0,043 MHz.
Handleidingen waren toen al saai – en zijn dat nog altijd. Maar ze leveren wél een goed beeld van de mogelijkheden waarover systemen toen beschikten. (Je kunt nu zelfs de code lijsten downloaden (wel meer dan 80 Mb) die gebruikt werden met ponskaarten.)
Een belangrijk punt was dat de machines (en de software) fouttolerant moesten zijn. Dat betekent dat de fouten die ze genereerden de werking van het toestel niet in gevaar mochten brengen. Een beroemde foutmelding die telkens weer verscheen, was de foutboodschap 1202. Toen Neil Armstrong vroeg wat dit betekende, kreeg hij te horen dat het geen probleem was. Het was echter de foutboodschap die aangaf dat de computer overladen werd…
Ook 3500 IBM-medewerkers waren bij het Apollo 11-project betrokken via een aantal mainframes in Houston. IBM beoordeelde toen de 6Mb-programma’s die ze voor dit project geschreven hadden als de meest complexe programma’s van dat ogenblik.


Als je dit leest dan word je toch verdrietig van muisdrivers van tientallen megabytes die tegenwoordig meegeleverd worden? De verspilling van CPU resources is pure zonde.
Mijn eerste TRS-80 liep op 1.77MHz, daar kon je nuttige programma’s voor schrijven die in 1KB RAM pasten. Een multi-tasker in minder dan 100 bytes machinetaal. Het kan echt.