Verwaarlozing van kinderen
18 november 2009
In 2007 schreef ik er al eens iets over en sindsdien ben ik die kinderen eigenlijk blijven volgen. Ik heb meer verwaarlozing gezien en ik heb dan ook een melding gedaan bij het vertrouwenscentrum. Ze konden niet echt ingrijpen. Er was de vechtscheiding (alle vechtprocedures zijn nu voorbij), de kinderen waren niet in levensgevaar (nog altijd niet – hoewel…) en er waren nu eenmaal dringendere zaken. Of misschien beeldde ik me dat laatste maar in.
Het is eigenlijk nooit verandert. Hoewel we in een maatschappij leven die voorgeeft dat het altijd in het belang van het kind opereert, heb ik moeten vaststellen dat die filosofie toch al lang ver weg staat van de realiteit. Met rechters die hun dossiers niet lezen (hé, wij hebben het wel héél erg druk, weet je wel?) tot maatschappelijke werkers die zich in de doeken laten doen. Niet dat ik hen dat laatste kwalijk neem. Ik bedoel maar: de moeder heeft mij ook lange tijd doen geloven dat er niets aan de hand was. En aangezien de vader bij tijden erg verward klinkt, zijn de meeste mensen er hier erg snel mee klaar.
Spijtig dat niemand naar de feiten kijkt. Spijtig dat ik het ook lange tijd niet gedaan heb.
Zo had de oudste van zijn papa een boek gekregen. Mijn papa. Het is gericht op kinderen die gescheiden ouders hebben en vaders kunnen er onder meer hun mobiel nummer in neerschrijven. Hij had dat gekregen zodat hij toch wist welk nummer hij moest draaien om zijn papa te kunnen bereiken. Dat boek had echter de vreemde gewoonte telkens te verdwijnen. Mama legde het weg – nee, ze verborg het. Telkens opnieuw vond de jongste dat boek (het huisje waarin ze leven is niet erg groot en de moeder is niet erg slim – een ideale combinatie) en telkens opnieuw verborg hij het… Tot zijn moeder (het niet al te grote huis) het weer vond en het op haar beurt verborg. Nachtenlang lag de jongen soms wakker om uit te vissen waar hij zijn boekje nu het best kon bewaren. Om het kind toch een beetje te sparen, heeft de vader uiteindelijk het boek terug geëist.
Maar ondertussen herhaalt dit spelletje zich, onder meer met de Pixar-kaarten van de Delhaize, met nieuwe kleding die papa koopt (en waarmee de kinderen een enkele keer naar de mama gaan) en met zovele andere zaken die de mama dan plots niet meer weet te vinden.
En het gaat verder. De kinderen worden ziek bij mama. Nu gebeurt dat natuurlijk ook bij papa, maar waar het om gaat is dat een verantwoordelijke ouder met zijn zieke kind naar de arts gaat. Zeker als blijkt dat ze koorts hebben. Mama stuurt het kind echter naar school met de sussende woorden dat papa binnen enkele dagen wel naar de dokter zal gaan. Geen nood, je komt er wel…
Of wat dacht je van zijn zusje, vier jaar oud, die telkens ze naar papa komt een rood spleetje heeft. Ontstoken. Papa kan ermee naar de arts, kan er voor zorgen dat het geneest en wanneer het bijna genezen is…. Tja, de tijd is om, kinderen. Terug naar mama. Terug naar het ontstoken spleetje.
Dit kan niet, denk ik soms. Ik zit in een slecht geschreven boek. Een boek dat te goor is om waar te kunnen zijn, dat aan de machinaties van een idioot ontsnapt is. Een pervert, misschien.
Toch niet. Helemaal niet. Zeker niet.
En de kers op de taart? Mama heeft een nieuwe vriend (och arme die vriend) en die blijft af en toe slapen. De twee kinderen, een jongen en een meisje, slapen bij mama op de kamer. En ja, die vriend doet dat ook. Tot daar alles snor. Maar wat als die vriend plots zin heeft in een potje seks? Mama zegt nog, nee, ik ben vuil. Voor de Nederlandsers, ze beweert haar maandstonden te hebben, maar dat is alleen maar een poging om het onvermijdelijke nog uit te stellen. Seks komt er toch en even later zit onze zevenjarige op de eerste rij. Een live-voorstelling van mama en haar vriend die zich, bewust van zijn blikken, naar één of ander hoogtepunt heen werken. Over voorlichting gesproken. En het kind is er nog maar 7.
En nu de toekomst. Wat brengt die? Een moeder die precies zegt wat jij wil horen, maar eens je weg bent haar zin doet. Een jongen die vol geheimen zit, die al jaren te horen krijgt dat stelen kan (liefst op markten) en die verder aan zijn lot overgelaten wordt en enkel aandacht krijgt als mama iets van hem gedaan wil krijgen. En dan is er het meisje, vijf. Zwak mentaal gehandicapt – mede dankzij het gebrek aan voeding al vanaf het ogenblik dat ze geboren werd. Wat als zij wat groter wordt? Wat als zij wakker wordt in de nacht? Wat als de volgende vriend geen gehoor krijgt bij mama en dan maar zijn behoeften gaat zoeken bij de dochter die zich toch niet kan verweren? Wat als ze echt ziek worden – een blindendarmontsteking, bijvoorbeeld?
Rampscenario’s genoeg. De dood ook. Heel vlakbij, heel realistisch. Heel heet. Hier ga ik werk van maken. Ik heb geen andere keuze. Ofwel wacht hen de dood, ofwel een hopeloos gevecht met omstandigheden waar ze nooit naar gevraagd hebben. Dit is slechts verwaarlozing. Erg, maar niet zo erg. Voor een sociaal vangnet dat overbelast is, is dat de enige leefbare houding. Maar niet voor die kinderen die echt de kinderen van de rekening zijn. Want hoe je het ook draait of keert: er heeft nog nooit iemand iets voor hen gedaan. Ze worden niet beschermd. Ze worden niet opgevangen. Ze zijn alleen.
Gelukkig hebben ze elkaar nog. Tot ook dat breekt en één van hen het tijdelijke voor het eeuwige inwisselt. Dan is een gezinsdrama vlakbij en kunnen we allemaal zeggen dat we het niet zagen aankomen. Ich habe es nicht gewust.
Maar ik wel. Ik. Wel.
Reacties
1 reactie op “Verwaarlozing van kinderen”
Heb je iets te vertellen?






Beste Peter,
Jou kennende als vader die alles voor zijn kinderen overheeft besef ik dat je hart in d it drama moet bloeden. Zeker als natuurlijke bindingen geen waarden blijken te hebben. Ik kan niet veel doen en zo word ik ook een van die velen die lijdzaam toekijken en daarna verzuchten “het was erg…” Ik hekel wel alle staatsinstanties die zulke Roemeense situaties gedogen. Misschien moet je maar stiekem eens een hakenkruis aan de voordeur hangen zodat de buurt wakker wordt. Ik vergelijk het een beetje met een drama aan het ijselmeer. In een gesloten gemeenschap gebeurt daar iets dat NIEMAND had verwacht. Terwijl Jantje al weken niet in zijn doen was en de buurt reageerde van het is een moeilijk geval. Ik denk vaak aan het spreekwoord Vader of Moeder worden kan iedereen het ZIJN niet. Laat je stem horen want zolang die gehoord wordt is er hoop en hoop………DOET LEVEN