Ik ben zes jaar en mijn zusje is er drie en soms vraag ik me af wat wij moeten doen. Papa en mama maken ruzie, zelfs nu ze niet meer samen wonen. Dan denk ik dat ze boos zijn op mij, maar dat is niet waar, zeggen andere mensen. Maar ik geloof ze niet.
Mama zei vroeger altijd dat ik mijn zusje niet mocht pesten. Maar zelf doet ze dat nu met papa ook. Zo hadden we een mooie parasol die papa in de garage gezet had. Mama heeft op een dag zand en cement in de openingen van de parasol gestoken en één van de stangen omgebogen. Dat was een fopje voor papa, zei ze.
Ik vond het maar een flauw fopje, hoor.
Verder heeft ze ook van alles van papa meegenomen uit ons huis. Ze verstopte dat dan bij een tante. Of bij mijn opa. Zo nam ze bijvoorbeeld al mijn speelgoed en mijn kleren mee. Mama wilde mij namelijk ook meenemen, zodat papa mij en mijn zusje niet meer kon terugvinden. Dat zou hem leren omdat hij gezegd had dat zij een slechte mama was.
Maar papa ontdekte het en zei toen dat mama weg moest gaan. Toch heeft ze nog heel wat dingen meegenomen die niet van haar zijn.
Als we naar mama mogen, ben ik blij. Ik heb daar een vriendje waar ik elke dag mee kan spelen. Bij papa heb ik niemand, behalve dan mijn neefjes. Maar die wonen ver, al kom ik daar heel graag. Maar bij mama is het ook niet altijd gemakkelijk. Als ik ziek ben, zegt mama altijd dat ik maar sterk moet zijn tot ik naar papa mag. Papa zal dan wel met mij naar de dokter gaan, zegt ze. Ze wil ook dat papa schoentjes koopt voor zusje. Dan doet ze de schoentjes uit en geeft zusje zo mee. Papa moet maar alles kopen, zegt ze. Zijn familie heeft veel geld en zij heeft niet zoveel geld.
Maar dat geloof ik niet. Mama koopt dikwijls nieuwe kleren voor haarzelf. Of ze gaat weg met haar zussen. Dan wil ze niet dat wij er zijn en vliegen wij naar papa. Zelfs nog voor die mijnheer van de rechte bank gezegd heeft waar wij moeten wonen.
Maar daar ga ik niet zo graag heen. Papa is dikwijls boos, zeker als mama hem weer eens gepest heeft. Dan vindt hij dat ik stout ben, maar zelf vind ik dat niet. Er is ook niet zoveel speelgoed en ik heb er niet zoveel vriendjes. Gelukkig mag ik tijdens het weekend, als papa werkt, naar mijn neefjes. Die papa is wel streng, maar er woont daar een lieve mama. Mijn zusje noemt haar zelfs al mama.
Ik wou dat ik tegen die mijnheer van de rechte bank kon zeggen dat ik het niet leuk vindt. Mama heeft mij al vele geheimpjes verteld van dingen die ze gaat doen of die ze wil doen om papa kwaad te maken. Ze pest papa graag. Dat zal hem leren, zegt ze.
Tegen de mijnheer van de rechte bank heeft ze gezegd dat papa haar slaat. Dat hij haar uit het huis gesmeten heeft en dat ze geen sleutel heeft. Maar mama liegt. Mama heeft wél een sleutel en papa heeft haar nog nooit geslagen. Eén keer heeft papa haar wel in haar nek gegrepen en zo buiten de kamer geduwd omdat ze ruzie wilde maken terwijl ik erbij was. Papa vond dat niet leuk.
Papa gaat ook met ons naar een soort dokter die niet naar je lichaam kijkt, maar naar je geest. Een rare dokter, hoor. Ik heb nog nooit een dokter gezien die naar je geest kijkt. Toen ik hem vroeg hoe je een geest kon zien, moest hij lachen. Hij vertelde me dat hij luistert naar dingen die ik moeilijk vind. Wel, ik vind optellen moeilijk. Maar dat interesseerde die dokter niet erg. Hij wilde weten hoe ik mij voelde.
Ik weet niet hoe ik mij moet voelen. Mama en papa maken te veel ruzie. Ik wil gewoon dat ze daarmee stoppen. Is er geen mijnheer van een rechte bank die hen kan doen stoppen?
———
Bovenstaande brief kreeg ik enkele weken geleden toegezonden. Het was geen kettingbrief en de namen die erin stonden, waren duidelijk genoeg (om de privacy van de betrokkenen niet te schaden, werden die namen uit de brief gehaald, maar laat duidelijk zijn dat de beschreven feiten waar zijn). Ik heb het kind gesproken. En de ouders. En hun familie. Het horrorverhaal dat daaruit komt, is te verschrikkelijk om het niet te vertellen.
Wie gelijk heeft? Ik weet het niet. Ik zie alleen twee kinderen die misbruikt worden door hun moeder. Niet fysisch, ze houdt immers van haar kinderen, maar ze aarzelt niet ze het slachtoffer te maken van een oorlog waar ze niet om gevraagd hebben. Misbruik en mishandeling zijn daarbij de sleutelwoorden. Zo zag ik hoe de jongste ’s middags niet had willen eten en daarna, toen ze wel honger had, gewoon alles at wat ze in haar kleine handjes kon krijgen. Het was snel duidelijk dat het meisje gewoon was dat niemand zich om haar bekommerde.
Is de vader dan zoveel beter? Nee. Die doet zijn best, maar speelt het spel van de moeder te veel mee. Hij is ten einde raad, waardoor hij zijn woede soms te gemakkelijk op zijn kinderen uitwerkt. Een eventueel lichtpuntje is dat hij zich daarvan bewust is. En eraan werkt. Maar die kinderen lijden pijn.
En wat doet het gerecht? Het gerecht doet zijn best. Maar het is, zoals zo vaak, veel te traag en veel te veel met de papieren zijde van het verhaal bezig. Ze hoort hoe beide ouders elkaar zwart maken, hoe het bij haar enkel om het geld draait en hoe hij niets liever wil dan de kinderen alleen opvoeden. Strikt genomen heeft hij ongetwijfeld gelijk: ze kan haar kinderen niet opvoeden. Maar een kind blijft recht hebben op zijn mama, hoe onbekwaam zij ook is.
En wat doet de rest van de maatschappij? Die holt verder. We zullen wel wakker schieten en vol afgrijzen ons hoofd schudden wanneer weer eens een moeder of een vader hun kroost uitgemoord heeft. We zullen ons dan de vraag stellen waarom mensen zoiets kunnen.
Lees gewoon de brief van dat kind en je weet voldoende. Het kan gebeuren. Gewoon, om iemand te pesten of om weerwraak te nemen. Of…
Vechtscheidingen zijn al lang geen uitzondering ùeer. Ik zie ze op heel wat plaatsen, rondom mij. En waarom? Omdat liefde en haat blijkbaar erg dicht bij elkaar liggen. De kinderen worden het slachtoffer ervan. De vergeten slachtoffers. Want zelfs voor de rechter kunnen ze nog niet gehoord worden, tenzij ze minstens 12 jaar of ouder zijn. Hun ouders kunnen hen immers gemakkelijk beïnvloeden.
En dat is waar. Dat is maar al te waar. Maar geef ze toch een stem, mijnheer. Een stem die gehoord kan worden, hoe klein misschien ook. Want ook zij hebben recht op een gelukkig leven…
